- Met plat liggende oren tegen de grond gedrukt:
Camouflagehouding die wordt aangenomen bij een plotseling optredend gevaar of bij onverwacht lawaai. Maar voorzichtig
Het konijn kan in paniek vluchten en tegen een wand botsen, waardoor die zich ernstig kan beschadigen.
- Stampen en trommelen met de achterpoten:
Angstuitdrukking, dreiggebaar of waarschuwingsteken. Konijnen doen dit om te laten merken dat ze het ergens absoluut niet mee eens zijn. Wilde konijnen geven hiermee aan soortgenoten door, dat er gevaar dreigt, waardoor ze op tijd kunnen vluchten.
- Opzitten en een 'kegel' maken:
Dit heet in de jagerstaal: zekeren. Het konijn heeft zo een beter uitzicht, kan geuren beter ruiken en over hindernissen heen kijken. Konijnen doen dit ook wel om bij een sappig takje te kunnen komen.
- Wentelen:
Het konijn voelt zich zeer prettig.
- Ontspannen ineengedoken zitten met plategelegde oren:
Rusthouding, vaak mummelen de dieren tevreden en je moet ze dan vooral niet storen.
- Op een zijde liggen met gestrekte poten, ogen beginnen zich te sluiten:
Het dier wil slapen. Ook uitgeputte dieren liggen vaak op deze manier als het erg heet is of wanneer ze lange tijd hard gehold hebben.
- Kort schudden met de oren:
Heb ik alleen waar kunnen nemen bij konijnen met lange oren en betekend zoiets als: zo is het genoeg. Komt voor na bijv borstelen en na lang vasthouden
- Voorzichtig aanstoten met de snuit:
Meestal een teken ter begroeting, maar kan ook een verzoek zijn tot aaien.
- Hevig wegstoten van de hand:
Het dier heeft genoeg van het geaai.
- Likken van de hand:
Bedankt of ik mag je wel. Door elkaar te likken, tonen de konijnen hun genegenheid voor elkaar.
- Wrijven met de kin langs voorwerpen of je hand:
Hiermee bakent een konijn zijn territorium af en geeft aan soortgenoten aan: hier woon ik. Dit is gelukkig een voor ons niet te ruiken geurtje.
- Gespannen lichaamshouding, het staartje naar achteren, de kop en de oren naar voren gestrekt:
Het konijn is opmerkzaam en nieuwschierig, maar tegelijk ook waakzaam Zo ontmoeten vreemde konijnen elkaar, voordat ze elkaar gaan besnuffelen. Pas op
: legt het konijn de oren naar achteren, dan betekend dat aggressie. Een bliksemsnelle aanval en een beet kunnen volgen.
-Opeten van de ontlastingsballetjes:
Dit gebeurt meestal direct nadat ze de anus hebben verlaten. Het gaat hierbij om een afscheiding uit de blindedarm, die in tegenstelling tot de normale ontlasting niet rond en droog is, maar vochtig, glanzend en niervormig. Het konijn neemt hierbij zo het belangrijke vitamine B op. Dit heeft dus niet te maken met ontlasting eten en is zeer belangrijk voor het konijn.
- Wroeten en graven:
Het konijn wil een hol graven. Vaak zie je dit bij bronstige en drachtige voedsters.
Geluidstaal
Konijnen zijn weliswaar stille en zwijgzame dieren, maar beslist niet stom. Je moet echter gewoon zeer goed luisteren.
- Knorren:
Korte snel opeenvolgende scheldende geluiden. Het konijn ergert zich ergens aan of waarschuwt ergens voor. De drachtige voedster waarschuwt bijvoorbeeld een ram als deze haar niet met rust wil laten.
- Blazen:
Altijd een teken van agressie
Een kort uitgestoten geblaas kan vooraf gaan aan een aanval. Dit geluid lijkt echter in het geheel niet op het geblaas van een kat. Maar eenmaal een keer gehoord vergeet je het nooit meer.
- Kort brom of knorrend geluid:
Wordt meestal door de ram uitgestoten vlak na de paring. Dit is een geluid van genot.
- Zacht of luid fiepen:
Jongen fiepen geregeld als ze bang zijn of als ze honger hebben. Dit doen ze bevoorbeeld ook als ze naast het nest zijn gekomen en zelf de weg niet terug kunnen vinden (voornamelijk alleen de eerste paar dagen).
- Sterk tandenknarsen, gepaard gaand met een doffe, troebele blik en algehele apathie:
Altijd een teken van hevige pijn
Bijvoorbeeld bij trommelzucht. Dit niet verwarren met:
- Zacht malend geluid van de kaken:
Teken dat het konijn het naar de zin heeft, vooral bij het kroelen in de nek.
- Zeer hoog doordringend gillen:
Wordt alleen in doodsnood uitgestoten of bij een plotselinge zeer hevige pijn. Bijvoorbeeld bij het tatoeeren, of als een konijn door een roofvogel wordt gepakt en gedood.