Zijdehoen volgens de standaard

Herkomst:

Oost Azie, China in het bijzonder.

Algemene indruk en eigenschappen:

Een klein, gedrongen hoen met rijke, zijdeharige bevedering, purperzwarte kopversierselen, matig bevederde benen, vijf tenen, kuif en al of niet met baard.

Zijdehoenders zijn rustige dieren, die zelden ziek zijn, en goed op een wat kleinere oppervlakte gehouden kunnen worden. Een bijkomend voordeel is dat ze niet kunnen vliegen, een hekje van 50 cm is meestal voldoende om ze in de tuin te houden. Ze vechten nauwelijks, ook hanen niet en zij kraaien niet voordat ze echt zeker weten dat de zon op is.

Er is genoeg keus in kleuren en het fokken is een uitdaging, want een zijdehoen heeft veel moeilijke kanten. Als u wat bijzonders in uw tuin wilt, dan zijn zijdehoenders of hun krielen een goede keus. Ze zijn rustig, aanhankelijk, mooi en het broeden en opvoeden van kuikens gaat probleemloos.

Vormbeschrijving:

- Romp: Breed, kort en stevig.

- Kop: Klein min of meer rond.

- Kam: Goed voor op de kop geplaatste aardbeienkam, bij voorkeur breder dan lang, met enkele groeven en verhevenheden, zonder kamdoorn en de kam moet donkerpurperrood zijn.

- Snavel: Kort en stevig aan de basis; blauw.

- Kinlellen: Kort en goed gerond; donker purperrood.

- Ogen: Levendig, zeer donkerbruin, bij zwart af.

- Baard en kuif: Kuif nauwelijks middelgroot, goed gesloten, als geheel iets naar achteren gericht. Baard, indien aanwezig, middelgroot, de keel en de benedenhelft van het gezicht bedekkend.

- Hals: Nauwelijks middellang en stevig.

- Rug en zadel: Rug breed, kort en oplopend naar de staart. Zadel breed, in holle lijn overgaand in de staart.

- Borst: Breed, diep en goed gerond; laag gedragen.

- Vleugels: Kort, losjes en niet afhangend gedragen.

- Schouders: Breed, goed bedekt door het halsbehang.

- Staart: Kort, vrij hoog gedragen, stuurveren niet te lang en met zoveel mogelijk gerafelde, franjeachtige structuur.

- Achterlijf: Goed gerond.

- Dijen: Vrij kort, goed uit elkaar geplaatst, rijk bevederd doch zonder gierhakken.

- Loopbenen en tenen: Loopbenen kort, aan de buitenzijde bevederd met niet te lange, zachte veren; blauw. Vijf tenen, de vijfde teen staat geheel los van de achterteen, is goed achterwaarts en enigzins naar boven gericht. De midden- en buitentenen zijn licht bevederd.

- Bevedering: Rijk, zacht en zijdeharig. Doet enigzins denken aan beharing doordat de haakjes en de baardjes ontbreken.

- Huid: Blauw

Gewicht haan: 1,2 - 1,7kg.

Gewicht hen 1 - 1,4 kg.

 

Wit

Dit is de oudste bekendste kleurslag en komt algemeen voor.

Het zijn juist de dieren, die qua bloedvoering het puurst zijn, die bij de staartwortel wat grijs dons laten zien!!

Een dier om dit minieme grijs in het dons straffen is onjuist!!

Vaak wordt vergeten dat het wit van de zijdehoen recessief is, dat betekend dat een witte gekruist aan een fokzuivere gekleurde, altijd gekleurde nakomelingen zal geven en dat uit witten nooit gekleurde kunnen vallen.

Het betekend ook dat de hanen van nature niet krijtwit zijn, maar altijd wat creme in hals en zadel hebben.

De krijtwitte hanen zijn vaak recessief wit en stammen van kruisingen in het verleden.

Bron: site van de zijdehoenclub en het boek zijdehoenders en zijdehoenkrielen

 

Standaard Kleurdwergen 

Duitsland: Fabenzwerge. Frankrijk: Nain de couleur. Engeland: Netherland-Dwarf. Land van oorsprong: Nederland. In Nederland erkend: 1 mei 1940.

 
1. Type en bouw 20 punten
2. Gewicht 10 punten
3. Pels en pelsconditie 20 punten
4. Kop en oren 15 punten
5. Dekkleur en buikkleur 15 punten
6. Tussen- en grondkleur 15 punten
7. Lichaamsconditie en verzorging   5 punten
  100 punten

1. Type en bouw

Het lichaam is kort, gedrongen, met zeer korte hals, (z.g. halsloos type), fraai ronde contouren en goed gevulde achterhand; de beentjes zijn recht en kort. De voeten zijn kort goed gesloten; het staartje is klein en smal en is nauwsluitend tegen de achterhand gedragen.

2. Gewicht

Het gewicht bedraagt 0,8 tot 1,1 kg. Puntenschaal voor het gewicht:

Gewicht 0,8 kg 0,9 kg 0,95 à 1,05 kg 1,075 kg 1,1 kg
Punten 6 8 10 8 6

3. Pels en pelsconditie

De pels is iets korter dan normaal, zacht en glanzend, met veel onderwol. De ideale pelsconditie bij het tentoonstellingsdier is een geheel doorgehaarde pels, zonder dun behaard of kaal plekje. De verharing herkent men duidelijk aan het grannenhaar, het oude, afstervende en het nagroeiende, krachtig gekleurde haar is zichtbaar en te onderscheiden. Niet enkele in 't rond vliegende haren, maar flink loslatend haar is als verharing te beschouwen. De pels moet vol ingehaard, glanzend en aanliggend zijn.

4. Kop en oren

De kop is bolvormig, met breed voorhoofd, sterk gebogen neusbeen, brede sterk ontwikkelde kaken en snuit. (De overgang van kaakpartij tot snuit is dus zeer geleidelijk). De ogen zijn groot en uitspringend. De oren zijn van een fijn weefsel, zij worden strak en zeer nauwsluitend gedragen. De inplanting is zo nauw mogelijk. Ze zijn smal van vorm en lopen geleidelijk in een lichtelijk afgeronde punt uit. Oortjes zijn van 4 tot 6 cm. De ideale orenmaat ligt omstreeks 5,2 cm. Ze zijn dicht, maar zeer kort behaard.

5. Kleur en 6. Tussen- en grondkleur.

De kleurdwerg is erkend in onderstaande kleurslagen.

Kleur: Haaskleur, Konijngrijs, IJzergrauw, Bruingrijs, Blauwgrijs, Bruingrauw, Blauwgrauw, Zwart, Bruin, Blauw, Geel, Oranje, Chinchilla en Feh-kleur.

Tekening: Lotharinger-tekening, Witte van Hotot-tekening, Japanner-tekening, Berken-tekening, Hollander-tekening (in de kleuren Konijngrijs, Blauwgrijs, Zwart, Bruin, Blauw, Madagascar) en Rus-tekening (in de kleuren Zwart, Bruin, Blauw).

Verzilvering: Midden zwart en Midden blauw.

Patroon: Madagascar, Isabella, Zilvervos Zwart, Zilvervos Bruin, Zilvervos Blauw, Donker sepia-bruin Marter, Midden sepia-bruin Marter, Donker blauw Marter, Midden blauw Marter, Midden geel Marter, Marterkleurig met Zilvervos-uitmonstering (Donker sepia-bruin marter, Midden sepia-bruin marter, Donker blauw marter, Midden blauw marter), Otter (in Zwart en Bruin) en Tan (in Zwart, Bruin, Blauw).

Haarstructuur: Vosbeharing (Alleen in de kleur wit met rode ogen) en Rexbeharing (in Zwart, Blauw, Donker sepia-bruin marter, Midden sepia-bruin marter).

Klik voor de kleurbeschrijvingen op de betreffende link in het menu.

7. Lichaamsconditie en verzorging

Het spreekt vanzelf, dat op een tentoonstelling of keuring het konijn in de beste conditie moet worden voorgebracht. Het lichaam goed bevleesd, gespierd, met andere woorden zo hard als een bikkel. Slappe, magere of te vette dieren zijn uit den boze. De nagels worden regelmatig evenwijdig met het loopvlak, zonder het "leven " te raken geknipt, ook de duimnagels. De nagels zijn vrij van mest en mestballen. De gehele pels alsook de voetzolen en binnenzijde van de oren en de geslachtsdelen moeten schoon zijn. De dieren worden vrij van klitten voorgebracht. Het oog moet helder zijn, tintelend van levenslust. Een dier dat ter keuring wordt aangeboden is goed getraind, zodat rasadel door een goede stelling wordt getoond.

Lichte fouten

Geringe afwijkingen in type en/of bouw. Iets zware, vlezige of iets zwaar behaarde oren, iets afwijkende oorstand. Iets ronde oortoppen. Iets hoekige kopvorm of iets vlakke schedel. Iets insnoering tussen snuit en wangen. Iets grove benen. Iets lange of dunne benen. Iets lange of slappe pels. Voor wat de dekkleur, tussen- en grondkleur betreft, wordt verwezen naar de betreffende erkende kleurslagen (algemeen gedeelte) en/of naar de betreffende rassen. Bij de Kleurdwerg met Rustekening wordt een masker dat niet geheel de onderkaak omvat, niet als fout gerekend. Voor de Kleurdwerg met de Witte v. Hotot, Japanner en de Hollandertekening Tan en Voskonijn wordt verwezen naar de betreffende rassen. (Zie verder lichte fouten, algemeen gedeelte).

Zware fouten

Grove afwijkingen in type en/of bouw, zoals b.v. te grove benen, te zware vlezige oren, te wijde inplanting van de oren. Bijna geheel onbehaarde oren. Te lange of te slappe pels. Te lange dunne benen. Voor wat de dekkleur, tussen- en grondkleur betreft, wordt verwezen naar de betreffende erkende kleurslagen (algemeen gedeelte) en/of naar de betreffende rassen. (Zie verder zware fouten, algemeen gedeelte).

Blauwgrijs

Kleurdwerg Blauwgrijs - Copyright © 2006 Willem Hoekstra De kleur komt overeen met konijngrijs, met het verschil, dat alles wat bij konijngrijs zwart is (de haartoppen) vervangen is door blauw. De buikkleur is wit, met blauwe grondkleur. De oogkleur is blauwgrijs. De snorharen zijn blauw. De tussenkleur is bij blauwgrijs lichter en ook de grondkleur is lichter als bij konijngrijs.

 

 

bron: site van de nationale polen en kleurdwergenclub

 

 

Standaard eigenschappen NHD:
Om een goed idee te krijgen, hoe een Nederlandse Hangoor Dwerg er uit moet zien, verdient de aanbeveling eerst eens een prijswinnende Franse hangoor op een tentoonstelling te bestuderen. Dit is nl: het grote voorbeeld van de Nederlandse Hangoor Dwerg en we moeten altijd voor ogen houden dat het een miniatuur Franse Hangoor moet zijn.De dieren worden gefokt naar de standaard van de Nederlandse Konijnenfokkers Bond waarin beschreven staat hoe de Nederlandse Hangoor Dwerg eruit moet zien.Volgens deze standaard dienen de dieren een kort geblokt type te hebben met een afgeronde achterkant (dit noemt men de Achterhand) Het gewicht varieert van minimaal 1150 t/m 1700 gram maximaal. Her dier moet stevige voorbenen hebben en een fraaie egale pels. De kop moet mooi dik en rond zijn en de oren die 21t/m 26 cm lang mogen zijn moeten strak langs de kop hangen, met de oorschelp naar binnen, zonder vouwen. Ze zijn lepelvormig en op de uiteinden zijn ze afgerond. Verder zijn er eisen gesteld aan de kleur en de tekening bij bonte dieren.


Erkende Kleuren:
Konijngrijs - Blauwgrijs - IJzergrauw - Blauwgrauw - Zwart - Blauw - Isabella - Madagascar - Wit - Middengeel marter - Midden sepia bruin marter - Donker sepia bruin marter - Midden blauw marter - Sallander - Chinchilla - Rustekening. Verder nog de bont tekening van de meeste kleuren.

Konijngrijs:
De kleur komt veel overeen met die van het wilde konijn.De dekkleur wordt gevormd door de zwarte haartoppen (ticking) op de licht bruingrijze dekharen. De borst en de flanken zijn zoveel mogelijk in overeenstemming met de kleur op de rug en tonen dus ook ticking, eveneens zijn de benen zo gekleurd voor zover zij niet wit zijn. De dekkleur mag niet te donker zijn (te ver zwart gekleurde haartoppen) en gewaakt moet worden tegen een te rode kleur in het dek. De ticking moet regelmatig zijn en niet vlokkerig of gegolfd. De triangel (driehoek in de nek) is bruin met blauwe grondkleur.Bij alle wildkleuringen moet de triangel zo klein mogelijk zijn. De kleur is daarbij gelijk aan de tussenkleur. De buik is wit met blauwe grondkleur. Ook de onderkant van de staart, de achterzijde van de voorbenen en binnenzijde van de achterbenen, alsmede de onderkant van de kop zijn wit of licht van kleur. De oogringen zijn iets lichter van kleur en zonder ticking. De oren zijn zwart omzoomd. De bovenkant van de staart is donkergrijs. De oogkleur is donkerbruin. De nagels donkerhoornkleurig. De dekkleur gaat over in een bruingrijze tussenkleur van iets krachtiger nuance dan het bruingrijs van de dekkleur. De grondkleur is grijsblauw.


Blauwgrijs:
De kleur komt overeen met konijngrijs, met het verschil dat alles wat bij konijngrijs zwart is (de haartoppen) vervangen is door blauw. De buikkleur is wit, met blauwe grondkleur. De oogkleur is blauwgrijs. De nagels zijn hoornkleurig. De tussenkleur is bij blauwgrijs lichter en ook de grondkleur is lichter als bij konijngrijs.

bron: site van de nhd club

 

 
   
  Site Map